Vormenloos

Het was nog te warm voor broek en jas. Maar mijn Lief vertelde me gestreng dat je minstens een uur voor tijd gereed moet zijn. Aanzitten en wild spotten is een precies werkje en vereist een nauwkeurige voorbereiding. Deet op de ledematen, sokken over de broek, zware schoenen aan, een laag en licht stoeltje mee, de camera op nachtsterkte en het camouflagepak tot de kin gesloten. En nee, dat camouflagepak dient niet om er als een boom uit te zien of je als en struik te verplaatsen, het gaat om kleur-, geur- en vormeloosheid. Dieren herkennen mensen aan hun geur en hun vormen. En dat dient geëlimineerd te worden.

Met glimmende ogen nam ik deel aan mijn eigen ritueel. Ongedoucht. Piekhaar. Her en der een veeg van zand. Lief en hond brachten me naar m’n sloot. Net toen ik wilde roepen: “Ikke zelluf doen”, zag ik hun trouwe ogen. Ijverige mannen, gewend aan werken maar ook aan wachten. Ik volgde hun natuuradviezen en liet me in de sloot glijden. Telefoon op stil, capuchon over m’n hoofd, en de poten van mijn stoeltje een beetje ingegraven. Stil en stabiel, dat was het plan voor het komende uur.

Ik ken de voortekenen inmiddels. Een zacht geritsel uit het de rand van het bos. Ik verwachtte de hinde, die zo vaak na zonsondergang met statige tred uit het bos treedt. Ik hield mijn adem in en fluisterde alvast een hindegroet, als dank aan Moeder Natuur. Maar er kwam geen hinde. Er kwamen er wel tien. Met hertengrut. Moeders en kinderen, de typische hertenzomersamenstelling. Mijn ogen traanden van het staren. Het hindegebed werd een litanie van dank aan de schepping. Vlak voordat mijn camera van mijn schouder de greppel in kon glijden, kwam ik bij zinnen. Met onvaste hand  maakte ik foto’s.

Hoe lang ik al van de natuur hou, ik voel me altijd weer een beginneling. De volgende keer ga ik reukloos en gecamoufleerd in het hoge gras liggen. Zonder camera. Met mijn ogen dicht en mijn adem laag. Reuk- en vormeloos. Een (h)eerlijk alternatief voor hip en jong zijn!

Geen reactie's

Geef een reactie